De kwestie is…

De kwestie is…

Een wijze uitspraak die ik  “Drs. Okke  Zielknijper “ uit de tekenfilm Tom Poes vroeger in mijn jeugd ooit eens hoorde zeggen is: “De kwestie is dat u anderen ziet zoals u denkt dat ze zijn. En anderen zien u, zoals ze dénken dat ú bent. Iedereen is maar een verzinsel van degene die hij ontmoet.”

Ondanks dat het een best lastige zin is, is het juist door het nadenkertje erin een ontzettend sterke. Hier denk je over na, en je laat het onbewust ook niet meer los. 

Iedereen is maar een verzinsel van degene die hij ontmoet. Alles wat jij denkt te weten over een ander baseer je op je informatie uit je eigen interne archief. In je interne archief zitten al jouw ervaringen opgeslagen die je in je leven hebt meegemaakt en tevens alle overtuigingen die de maatschappij  je via media zoals films, series en praatprogramma’s enzovoorts bewust hebben ingeprent. 

Op basis van al die opgeslagen informatie vorm jij een mening over iemand. Dat kan zijn via bepaald gedrag wat iemand vertoond maar wat vaak eerst gebeurt is dat het uiterlijk beoordeeld wordt en dat koppel je zonder dat je het bewust weet vaak aan mensen die je in je archief hebt zitten. Daarom kan het soms zijn dat je iemand op voorhand al niet mag, of juist wel mag, omdat je diegene koppelt aan informatie die in jou zit. 

Jij doet niet alleen bij anderen, anderen doen dit ook bij jou. Op basis van de beschikbare informatie in combinatie met gedrag creëer je dus een beeld en daarmee een mening over iemand. Dat beeld, die mening is niet de waarheid maar het is slechts jouw interpretatie van informatie die je beschikbaar hebt. Het is heel belangrijk je dit te realiseren zodat je in de toekomst misschien wat minder snel zal oordelen over mensen. 

Al heel vroeg in mijn leven kwam ik erachter, mede dankzij die o zo wijze uitspraak van een stripfiguur-psychiater, dat wanneer mensen tot het besef zouden komen dat dat wat zij niet weten over iemand, vele malen belangrijker is dan dat wat zij wel weten, de mensheid een stuk vrediger zal kunnen samenleven. Mensen zouden zich dan namelijk realiseren dat ze eigenlijk gewoon helemaal niet weten hoe een ander écht is en waarom diegene de dingen doet die die doet. 

Niet oordelen is best lastig omdat we geprogrammeerd zijn om te oordelen. De maatschappij leert je om te oordelen omdat we dankzij absurde overheidswetten steeds verder van onze natuur moeten gaan leven en ware moraliteit niet meer aangeleerd wordt, maar vooral het “overheids-moraal” er bij ons ingestampt wordt. “Waarheid komt van autoriteit”,  en “autoriteit zegt wat wel of niet goed is”. Dat is uiteindelijk in essentie de kern van het probleem. 

Als je van jongs af aan wordt weggedreven van de werkelijkheid, en je volledig tegen de natuur in normen en waarden leert die steeds in contradictie zijn met de werkelijkheid en de waarheid, en wáre moraliteit dus niet telt, is je brein voortdurend in conflict met ‘dé werkelijkheid’ versus ‘opgelegde werkelijkheid’ waardoor het niet gek is dat we een verkeerde manier van denken aanleren. 

Wij oordelen dus niet op basis van moraliteit en waarheid maar op basis van wat wij dénken dat waar is, ons niet realiserend dat het wel eens anders zou kunnen zijn omdat omdat het ons gewoon is geworden om conclusies te trekken op basis van minimale en onbetrouwbare informatie. 

Wanneer een mens steelt om zich van extra luxe te kunnen voorzien praten we over een slechte criminele daad. Wanneer een mens steelt om dat die honger heeft in een land waar grote supermarkten vol voedsel staan, praten we volgens de opgelegde werkelijkheid (het overheids-moraal) nog steeds over een slechte criminele  daad. 

We hebben geleerd dat het in beide gevallen stelen is en dus diegene per definitie een dief. In de werkelijkheid is iemand die moet stelen vanwege honger geen dief maar een mens wat probeert te overleven. Dat mens wordt weggehouden van z’n eerste levensbehoefte omdat hij om wat voor reden dan ook niet beschikt over papiertjes met fictieve waarde(geld), wat het systeem bedacht heeft om mensen te kunnen rangschikken en verdelen. Als je niet eet ga je dood. Als er eten in overvloed is horen er geen mensen honger te lijden, en als ze dat wél moeten doen is er iets niet goed aan dit systeem. 

Het zou pas anders worden wanneer niemand wat te eten zou hebben. Dan kan het stelen van eten wél een slechte daad worden als dat ten koste zou gaan van andere mensen die óók honger hebben. Zo zie je maar hoe je één ogenschijnlijke foute handeling niet altijd fout hoeft te zijn en het puur ligt aan de intentie van een ander. Die intentie weet alleen de persoon zélf en jij kan er naar gissen, maar de waarheid weet je niet. 

Daarom is het belangrijk niet zomaar te oordelen over mensen die niet aantoonbaar moedwillig “slechte daden” doen. Daarom is het nóg belangrijker om niet achter iemand rug om allerlei nare zaken over diegene te verspreiden omdat de meeste informatie ontbreekt. Ik herhaal: de meeste informatie ontbreekt. 

Wanneer we het over een ander hebben, hebben we het over een verzinsel wat wij creëren, op basis van een minimum aan onbetrouwbare informatie, over hoe wij dénken dat iemand is. Als we ons dat zouden gaan realiseren zouden we ons veel minder bezighouden met de verzinsels over elkaar en veel meer aandacht hebben voor hoe de ander daadwerkelijk is. 

Er is een cliché wat geen cliché hoort te zijn wat dit alles samenvat: als je niets aardigs over iemand kan zeggen…zeg dan niets. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *